ECLI:NL:RBDHA:2022:904
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling van minderjarige wegens zorgbehoefte en gezinsproblematiek
De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 26 januari 2022 besloten om een minderjarige onder toezicht te stellen van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland voor een periode van zes maanden. Dit besluit volgt op een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, die zorgen uitte over de ontwikkeling en veiligheid van het kind vanwege een ontwikkelingsachterstand en problematiek bij beide ouders.
Hoewel de ouders positieve stappen hebben gezet, zoals het stoppen met drugsgebruik door de vader en actieve medewerking aan hulpverlening, acht de kinderrechter het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer wordt betrokken. Deze zal een coördinerende rol vervullen en fungeren als aanspreekpunt voor de ouders wanneer de hulpverlening niet goed verloopt.
De kinderrechter benadrukt dat de situatie nog fragiel is en de komende periode, mede door het medische revalidatietraject van de minderjarige, spannend zal zijn. De ondertoezichtstelling wordt daarom voor zes maanden toegewezen om het behandelplan en het traject van de minderjarige goed vorm te geven.
De ouders hebben verweer gevoerd en wijzen op de reeds aanwezige hulpverlening en hun motivatie om de beste zorg te bieden. Desondanks concludeert de rechter dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn en wijst het verzoek toe, waarbij het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige voor zes maanden onder toezicht van de gecertificeerde instelling.