ECLI:NL:RBDHA:2022:9087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit, inreisverbod en maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Braziliaanse vreemdeling, stelde beroep in tegen een terugkeerbesluit, een inreisverbod van twee jaar en een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij voerde onder meer aan dat hij recht had op rechtsbijstand tijdens het gehoor en dat hij mogelijk rechtmatig verblijf had in Portugal, waardoor het terugkeerbesluit en inreisverbod onrechtmatig zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat eiser tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling had afgezien van zijn recht op rechtsbijstand en dat de piketadvocaat alsnog binnen twee uur contact met hem had gehad, waardoor geen ernstig gebrek was ontstaan. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan naar de verblijfsstatus van eiser in Portugal en dat de overgelegde documenten onvoldoende waren onderbouwd en onvertaald waren ingediend.
Verder was er geen aanleiding om het terugkeerbesluit in te trekken of het inreisverbod te vernietigen, omdat eiser geen concrete aanwijzingen had gegeven van rechtmatig verblijf in Portugal en hij zelf had aangegeven naar Brazilië terug te willen keren. De rechtbank vond het inreisverbod van twee jaar voldoende gemotiveerd en op juiste gronden opgelegd.
Het beroep tegen zowel het terugkeerbesluit en inreisverbod als de maatregel van bewaring werd ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 9 september 2022.
Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de maatregel van bewaring zijn ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.