Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Zitting hebben:
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 5 september 2022;
- gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van eiseres;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 2.050,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.518,00.
Overwegingen
zware grondenvermeld dat eiseres:
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
lichte grondenvermeld dat eiseres:
4a. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
4f. arbeid heeft verricht in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen.
3 In het kader van de samenwerking ter voorkoming en beperking van illegale migratie komen de partijen, onverminderd de noodzaak van de bescherming van slachtoffers van mensenhandel, eveneens het volgende overeen:
onder verwijzing naar deze Kaderovereenkomstde Indonesische vertegenwoordiging heeft verzocht om de nationaliteit van eiseres vast te stellen en haar zonder verdere formaliteiten over te nemen. Omdat verweerder beschikt over een kopie van een nog geldig paspoort, welke kopie ook aan het dossier is toegevoegd, had dit aanstonds na inbewaringstelling gekund en dus ook gemoeten om van voortvarend handelen te kunnen spreken. De rechtbank merkt hierbij op dat de door verweerder gevolgde handelwijze conform de informatie over de te volgen procedure volgens de website van de DT&V is. Op deze website wordt echter geen gewag gemaakt van bovengenoemde Kaderovereenkomst. Het komt de rechtbank voor dat de afspraken zoals vastgelegd in de Kaderovereenkomst tot een spoedigere uitzetting zullen leiden dan de gebruikelijke procedure om een vervangend reisdocument aan te vragen en te verkrijgen zoals beschreven op de website van de DT&V. Om voortvarend te handelen indien Indonesische onderdanen in bewaring worden gesteld ter fine van uitzetting, dient DT&V zich dan ook rekenschap te geven van het bestaan van deze Kaderovereenkomst en in de contacten met de Indonesische autoriteiten hiernaar te verwijzen. Deze beroepsgrond slaagt en is een zelfstandige reden om te concluderen dat verweerder onvoldoende voortvarend aan de uitzetting van eiseres heeft gewerkt.