ECLI:NL:RBDHA:2022:9121
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse eiser wegens onvoldoende aannemelijkheid reëel risico
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege zijn contacten met de geheime organisatie '[geheime organisatie]' gevaar loopt bij terugkeer. Hij verklaarde dat hij lid wilde worden, maar weigerde een voorwaarde van de organisatie, waarna hij Nigeria verliet. Tevens stelde hij dat zijn moeder door deze organisatie is vermoord.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vrees van eiser niet aannemelijk was en niet viel onder de gronden van het Vluchtelingenverdrag. Ook werd geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 Vw Pro, ondanks medische klachten van eiser, omdat geen actuele medische noodsituatie was aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop van 14 jaar sinds de vermeende ontmoeting met de organisatie en het ontbreken van concrete aanwijzingen onvoldoende grond vormen om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. Ook de dood van de moeder werd niet overtuigend toegeschreven aan de organisatie.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen.