Eiser, een Ghanees, diende op 6 maart 2021 zijn tweede asielaanvraag in, welke buiten behandeling werd gesteld. Op 27 juni 2022 volgde een derde aanvraag, die bij besluit van 6 augustus 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van nieuwe relevante feiten of omstandigheden.
Eiser betwistte dit besluit en stelde dat zijn tweede aanvraag ten onrechte buiten behandeling was gesteld en dat hij vanwege psycho-sociale problemen zijn asielrelaas niet eenduidig kon presenteren. De rechtbank oordeelde echter dat deze stelling onvoldoende was onderbouwd en dat er geen nieuwe elementen waren die het eerdere besluit konden wijzigen.
Hoewel eiser op de zitting aangaf het beroep te willen intrekken en terug te keren naar Ghana, nam de rechtbank aan dat hij nog belang had bij het beroep. Uiteindelijk werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.