ECLI:NL:RBDHA:2022:9136
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige afvalligheid van de islam
Eiser, van Iraakse nationaliteit, heeft meerdere asiel- en verblijfsaanvragen gedaan, die allen zijn afgewezen. Zijn huidige asielaanvraag baseert hij op zijn afvalligheid van de islam en de vrees voor zijn veiligheid bij terugkeer naar Irak. Verweerder heeft zijn identiteit en herkomst geloofwaardig geacht, maar de afvalligheid en de daaruit voortvloeiende vrees niet.
De rechtbank stelt vast dat eiser wisselende en tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven over het moment en de motieven van zijn geloofsafwending. Zijn verklaringen over het ontstaan van twijfels en zijn proces van afwending zijn niet consistent en stroken niet met zijn streng religieuze achtergrond. Ook zijn gedrag ten opzichte van zijn familie wijkt af van wat hij stelt.
Hoewel de rechtbank het standpunt van eiser volgt dat verweerder ten onrechte heeft aangenomen dat hij zich niet in zijn religie heeft verdiept, leidt dit niet tot een ander oordeel over de geloofwaardigheid. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom de afvalligheid niet geloofwaardig wordt geacht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.