ECLI:NL:RBDHA:2022:9140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse eiser wegens ontbreken gegronde vrees vervolging
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij vreesde terugkeer vanwege bedreigingen door de vader van zijn overleden partner en een gewelddadige organisatie. Verweerder wees de aanvraag af omdat de aangevoerde gronden niet onder het Vluchtelingenverdrag vallen en er geen reëel risico op ernstige schade is.
Eiser stelde dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar beschermingsmogelijkheden in Nigeria. Ook verwees hij naar een negatief reisadvies en verslechterde veiligheidssituatie. De rechtbank oordeelde echter dat het reisadvies niet relevant is voor asielbeoordeling en dat eiser onvoldoende onderbouwing gaf voor het gevreesde risico.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zijn standpunt goed had gemotiveerd en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade loopt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.