Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 augustus 2022 in de zaak tussen
Gemeente [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- [concessiehouder 1] BV ( [concessiehouder 1] ) - met betrekking tot billboards en europanels;
- [concessiehouder 2] BV ( [concessiehouder 2] ) - met betrekking tot lichtbakken aan licht- en spanmasten;
- [concessiehouder 3] BV ( [concessiehouder 3] ) - met betrekking tot twee- en drievlaksborden aan licht- en spanmasten;
- [concessiehouder 4] BV ( [concessiehouder 4] ) - met betrekking tot 2m² informatiepanels (mupi’s).
- [concessiehouder 5] BV ( [concessiehouder 5] ) - met betrekking tot de reclamemast [locatie 1] bij de [autosnelweg 1] .
- [concessiehouder 5] - met betrekking tot de reclamemast [locatie 2] bij de [autosnelweg 2] .
- [concessiehouder 1] : € 316.374;
- [concessiehouder 2] : € 1.700.529;
- [concessiehouder 3] : € 772.036;
- [concessiehouder 4] : € 2.241.566;
- [concessiehouder 5] : € 159.833.
- € 35.508 (externe kosten, waaronder notariskosten, adviseringskosten, taxatiekosten, kosten veilingmeester en advertentiekosten);
- € 10.830 (rentekosten).
€ 3.198.832.
€ 448.895 (verkoop van bedrijfs- en restafval en containerservice) en vastgesteld op € 12.470.550. De correcties ter zake de reclameactiviteit en de activiteit met betrekking tot brandstofverkooppunten heeft verweerder gehandhaafd.
- Dienen voor de vraag of een (materiële) onderneming in fiscale zin wordt gedreven, de overeenkomsten ten aanzien van de reclamemasten (met [concessiehouder 5] ) gezamenlijk te worden beoordeeld met de overige overeenkomsten ( [concessiehouder 1] , [concessiehouder 3] , [concessiehouder 2] en [concessiehouder 4] )?
- Drijft eiseres een fiscale onderneming met haar reclameactiviteit als bedoeld in artikel 2, lid 1, onderdeel g van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb)?
- Indien eiseres een onderneming in fiscale zin drijft, wordt dan voldaan aan de voorwaarden van de overheidstakenvrijstelling van artikel 8e, lid 1, onderdeel b van de Wet Vpb?
- Drijft eiseres een (materiële) onderneming in fiscale zin met haar activiteit met betrekking tot brandstofverkooppunten als bedoeld in artikel 2, lid 1, onderdeel g, van de Wet Vpb?
- Indien eiseres een onderneming in fiscale zin drijft, moet de toepassing van het gelijkheidsbeginsel dan wel het evenredigheidsbeginsel er dan toe leiden dat de opbrengsten uit de verhuur buiten de belastingheffing blijven?
- in de overeenkomsten worden andere vormen van reclame in de buitenruimte uitgesloten;
- de activiteit is herkenbaar, omdat in alle gevallen aan derden door middel van overeenkomsten gelegenheid wordt gegeven tot het doen van reclame-uitingen;
- de aard van de prestatie is steeds vergelijkbaar;
- op alle overeenkomsten is het reclamebeleid van eiseres van toepassing;
- hoewel de overeenkomsten met betrekking tot de reclamemasten zien op de verhuur van een perceel, is de vergoeding die hiervoor wordt betaald, onmiskenbaar een vergoeding voor de gelegenheid die de exploitant krijgt om op het perceel een reclamemast te plaatsen. Dit blijkt uit het feit dat de contractant een exploitant van buitenreclame is alsmede uit de hoogte van de vergoeding. Daarnaast blijkt uit de overeenkomst dat het perceel uitsluitend is bestemd voor een reclamemast.
het bepalen en herijken van het beleid rondom reclame waaronder begrepen het voeren van intern overleg hieromtrent met collega’s van verschillende afdelingen en verschillende specialismen alsmede het schrijven van notities, nota’s en memo’s. Onder andere de volgende vragen komen hierbij aan de orde: ‘Is het verstandig reclamezones uit te bereiden of in te perken?’, ‘Aan welke eisen moet het reclamebord voldoen?’, ‘Kan een omgevingsvergunning worden verleend?’ (bijlage 3), ‘Hoe kunnen we de opbrengsten uit reclame verhogen?’, ‘Wat willen we met digitale reclame?’, ‘Hoe kunnen we invulling geven aan het aspect duurzaamheid?’;
het afhandelen van WOB-verzoeken (bijlage 6);
administratieve werkzaamheden (bijlage 3);
het voeren van contractonderhandelingen en gerechtelijke procedures;
het informeren van het college en de raad en behandeling door college en raad;
het voeren van overleg met de contractpartijen over onder andere reconstructies, geschikte locaties ten behoeve van rendabele exploitatie, verplaatsingen van objecten, tijdelijke verwijderingen van objecten, uitbereiding van locaties en de commerciële haalbaarheid daarvan, de aanpassing van objecten als gevolg van technische ontwikkelingen en verkeersveiligheid;
het voeren van evaluatiegesprekken met de contractpartijen. Er wordt minimaal elk halfjaar een evaluerend gesprek gevoerd met de exploitanten over de praktische punten (bijlage 25);
het in behandeling nemen/doorzetten van klachten/meldingen en vragen van contractpartijen, inwoners, raadsleden etc. (bijlage 3, 6);
het herstellen van schade en verontreiniging ingeval de contractpartij dit verzuimt;
het zo mogelijk verhelpen van een storing in de energietoevoer (bijlage 21, 24);
het (steekproefsgewijs) toezicht houden op de plaatsing van de lichtbakken (bijlage 3, 21) alsmede het beoordelen van de geschiktheid van lichtmasten voor bevestiging van een lichtbak (bijlage 3, 21);
het toezicht houden op illegaal geplaatste reclameobjecten;
het toezicht houden op naleving van de gesloten overeenkomsten (bijlage 3);
het zorgdragen voor een goede bereikbaarheid/zichtbaarheid van de reclameobjecten door bijvoorbeeld het tijdig uitvoeren van snoeiwerkzaamheden, het zorgdragen voor het onderhoud en het schoonhouden van de ondergrond door onder andere het verwijderen van zwerfvuil en onkruid;
het ervoor zorg dragen dat er binnen de overeengekomen afstand geen andere reclame exploitatie plaatsvindt dan contractueel overeengekomen;
het verrichten van inspanningen met als doel dat vergunningen en ontheffingen worden verleend die noodzakelijk zijn voor de plaatsing en instandhouding van de reclameobjecten;
het beoordelen van door de exploitant ontvangen rapportages en overzichten;
het versturen van de brieven met de indexaties;
het factureren van de overeengekomen vergoedingen en controleren of deze worden afgedragen.
de voorbereiding (Wat gaan we aanbesteden? Wie moeten betrokken worden? Hoe gaan we het aanpakken?);
het schrijven van de aanbestedingsdocumenten (onder andere Inschrijvingsleidraad, Bestek, Programma van Eisen). Daarbij wordt onder meer gelet op de soort reclame, de omgeving, de aantallen, de duurzaamheid, de social return en de mogelijkheden van de gemeente om mediazendtijd op die reclamevlakken te hebben. (bijlage 6) Ook vragen zoals: Welke reclame past voor de komende jaren past en op welke plaatsen? dienen in dit proces te worden beantwoord;
de publicatie van de stukken;
het beoordelen en beantwoorden van de gestelde vragen (Nota van Inlichtingen);
het beoordelen van de inschrijvingen;
de gunning;
de totstandkoming van een nieuwe overeenkomst;
intern overleg inzake bovenstaande alsmede het voorbereiden van eventuele stukken voor het college en/of raad.
Beslissing
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2022.