ECLI:NL:RBDHA:2022:9178
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op openbaarmaking origineel Koninklijk Besluit met handtekening Koning
Eiser, een voormalig reservist bij Defensie, verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van alle documenten omtrent het Koninklijk Besluit van 18 juli 2019 dat zijn eervol ontslag bekrachtigde, inclusief het originele besluit met de handtekening van de Koning. Verweerder, de minister van Defensie, maakte verschillende documenten openbaar, maar stelde dat het originele Koninklijk Besluit na contrasignering wordt teruggestuurd naar het Kabinet van de Koning en niet onder zijn beheer valt.
De rechtbank overwoog dat het bestuursorgaan aannemelijk heeft gemaakt dat het originele besluit niet onder zijn beheer berust en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om dit te betwisten. Tevens is het Kabinet van de Koning geen bestuursorgaan in de zin van de Wob, zodat verweerder niet verplicht is het verzoek daarheen door te sturen.
Verder oordeelde de rechtbank dat documenten die dateren van na het Wob-verzoek niet onder de reikwijdte van het verzoek vallen en dat aanvullende stukken van eiser geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het Wob-verzoek wordt ongegrond verklaard omdat het originele Koninklijk Besluit niet onder het bestuursorgaan berust.