ECLI:NL:RBDHA:2022:9182
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit wegens overschrijding termijn
Eiser, een Ghanees die al jarenlang onrechtmatig in Nederland verblijft, kreeg op 14 september 2021 een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit besluit verplicht eiser tot terugkeer naar Ghana. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat het besluit pas op 28 oktober 2021 was uitgereikt, dat het onvoldoende was gemotiveerd en dat het besluit niet rechtsgeldig was vanwege het tijdsverloop.
De staatssecretaris stelde primair dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en subsidiair dat het besluit rechtmatig was genomen. De rechtbank stelde vast dat het besluit op 14 september 2021 aan eiser was uitgereikt en dat de beroepstermijn van vier weken op 13 oktober 2021 afliep. Eiser had echter pas op 2 november 2021 beroep ingesteld, wat te laat was.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat het besluit pas op 28 oktober 2021 was uitgereikt, omdat uit het proces-verbaal van de politie bleek dat eiser op 14 september 2021 mondeling op de hoogte was gesteld en het besluit was uitgereikt. Er was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd geen inhoudelijke beoordeling gegeven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.