ECLI:NL:RBDHA:2022:9192
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening wegens niet vooraf vragen verlenging begunstigingstermijn
Verzoeker heeft tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om verlenging van de begunstigingstermijn voor ontruiming van illegaal in gebruik genomen gemeentelijke grond. Verweerder heeft de begunstigingstermijn verlengd tot de beslissing op bezwaar, waarna verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening introk.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om proceskostenvergoeding dat verzoeker indiende na intrekking van de voorlopige voorziening. Hoewel verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door de begunstigingstermijn te verlengen, wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat verzoeker vooraf niet had gevraagd om verlenging van die termijn, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening onnodig was.
Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die een proceskostenveroordeling van verweerder rechtvaardigden. Het griffierecht werd eveneens niet vergoed. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat verzoeker niet vooraf om verlenging van de begunstigingstermijn heeft gevraagd.