Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de beschikkingen van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 6 oktober 2021, waarbij Orope verlof is verleend Nokia te dagvaarden in de versnelde bodemprocedure in octrooizaken (hierna ook: VRO);
- de dagvaardingen van 20 oktober 2021;
- de aktes houdende overlegging producties, met producties EP01 tot en met EP43;
- de conclusies van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties GP01 tot en met GP44 en vertrouwelijke producties GPF1 en GPF2
- de conclusies van antwoord in reconventie, met producties EP44 en EP45;
- de aktes houdende overlegging nadere producties voorbehouden handelingen van de zijde van Nokia, met producties GP45 tot en met GP60;
- de aktes houdende overlegging nadere producties van de zijde van Orope, met producties EP46 tot en met EP51;
- de aktes houdende overlegging nadere productie van de zijde van Nokia, met productie GP61;
- de aktes houdende overlegging nadere producties van de zijde van Nokia, met producties GP62;
- de aktes houdende overlegging nadere reactieve producties, tevens verzoek om uitspraak ter zitting, bezwaar tegen uitbreiding feitelijke grondslag en (tegen)bewijsaanbod, met producties EP52 tot en met EP54;
- de aktes houdende bezwaar tegen nieuwe stellingen en producties, tevens overlegging reactieve producties van de zijde van Nokia, met producties GP63 tot en met GP67;
- de e-mail van mr. Pors van 6 juli 2022, waarbij productie GP68 is overgelegd;
- de zitting van 8 juli 2022 in beide zaken met de voorafgaand daaraan, op 5 juli 2022, schriftelijk ingediende pleitnota’s van partijen en, op 7 juli 2022, de schriftelijke reactie van Nokia op de pleitnota van Orope.
2.De feiten
Allocation of preamble sequences’ (hierna: EP 103) alsmede van het op 1 mei 2019 verleende Europees octrooi EP 3 220 562 B1 met gelding in onder meer Nederland voor ‘
Allocation of preamble sequences’ (hierna: EP 562) (EP 103 en EP 562 hierna tezamen ook wel: de octrooien).
3.Het geschil
in conventie
recall, vernietiging, opgave), en schadevergoeding, alles met veroordeling van Orope in de volledige proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv en de kosten van deskundigen, vermeerderd met wettelijke rente en nakosten.
Koop nu” link, die rechtstreeks leidt tot de pagina van de Nederlandse Oppo webstore store.oppomobile.nl (van Oleading) waar de Oppo Find X5 Pro 5G met een enkele verdere klik op “Nu kopen” kan worden gekocht. Daarmee is sprake van aanbieden van de Oppo mobiele telefoons door Orope met als doel het stimuleren van de verkoop van deze telefoons in Nederland, en dus directe dan wel indirecte inbreuk, althans onrechtmatig faciliteren daarvan of onrechtmatige betrokkenheid daarbij als organisator van de campagne.
4.De beoordeling
Long Term Evolutionen is een standaard voor 4G mobiele telecommunicatie. De LTE-standaard is ontwikkeld door het
3rd Generation Partnership Project(3GPP). 3GPP is een samenwerkingsverband van verschillende standaardiseringsorganisaties, die op hun beurt gevormd worden door een groot aantal partijen, voornamelijk uit de industrie.
Technical Specification Groups(TSG) die elk de ontwikkeling van verschillende onderdelen van de standaard op zich nemen. Elk van die groepen is op zijn beurt onderverdeeld in diverse werkgroepen. Deze werkgroepen houden op reguliere basis bijeenkomsten. Aan die bijeenkomsten nemen allerlei partijen uit de industrie deel: fabrikanten van netwerkapparatuur, telefoons, chips, meetapparatuur, netwerkoperators etc.
Technical Specification(
TS) genoemd. Alle TS-documenten tezamen vormen “de” LTE-standaard en vormen de beschrijving van de eisen waaraan telecommunicatieapparatuur in een mobiele telefoon en in het netwerk moeten voldoen.
cellulairnetwerk.
Core Network. Dat Core Network is op zijn beurt verbonden met andere netwerken, zoals het gewone telefoonnetwerk en het internet. Een mobiel station, bijv. een telefoon, dat zich in een bepaalde cel bevindt, communiceert draadloos met het basisstation van de betreffende cel. Op deze manier kan het mobiele station (soms ook kortweg “MS”) via het basisstation en via het Core Network de hele wereld bereiken.
base station,
NodeB,
NB,
eNodeBof
eNBgenoemd. Een mobiel station heet ook wel UE (‘User Equipment’).
frames. Frames zijn vaste tijdvakken waarin gegevens kunnen worden ontvangen. Een frame in LTE duurt tien milliseconden. Een frame is op zijn beurt onderverdeeld in tien subframes, die elk één milliseconde duren. LTE werkt in de uplink en de downlink met tijd gedeelde kanalen, waarbij elk subframe aan een ander mobiel station kan worden toegewezen.
random access procedurete doorlopen.
preamblesafgeleid. Deze preambles kunnen worden beschouwd als speciale “roepnamen” voor de betreffende cel of basisstation. Een mobiel station dat communicatie met een basisstation in een cel tot stand wil brengen, kiest willekeurig één van de aan die cel toegekende preambles en zendt deze uit op het zogenaamde
Random Access Channel(ook: “RACH”).
random access response) met een commando (
timing advance command) voor het mobiele station om de “zendklok” van het mobiele station te synchroniseren met het netwerk [8] .
cross correlation). Dat is gunstig, omdat daarmee verschillende, tegelijkertijd arriverende preambles goed van elkaar te onderscheiden zijn.
cyclic shifts(ook: cyclische verschuivingen) van een ZC-sequentie goed van elkaar onderscheiden worden. Een cyclic shift is de operatie waarbij een of meerdere elementen van de achterkant van een reeks eraf worden gehaald en aan de voorkant geplakt (bijvoorbeeld: (a, b, c, d) -> (d, a, b, c). Het aantal elementen waarmee wordt geschoven wordt ook wel aangeduid met de parameter NCS. In boven- en onderstaand voorbeeld geldt dat NCS=1, waarmee wordt aangegeven dat de reeks met 1 positie is opgeschoven.
root sequences.
root numberu = 1, 2, …, 838. Dit root number wordt ook wel de
physical indexvan de rootsequentie genoemd.
Preamble 2: Rootsequentie 100, elementen 100 posities cyclisch verschoven
Preamble 3: Rootsequentie 100, elementen 200 posities cyclisch verschoven
Preamble 4: Rootsequentie 100, elementen 300 posities cyclisch verschoven
…
hoe groter de cel, hoe groter NCS. Vgl Panasonic & NTT Docomo,
Zadoff-Chu sequence allocation on RACH for complexity reduction, 3GPP Tdoc R1-070189, p. 1 (productie EP04).
Cubic Metricof CM-waarde. Deze CM-waarde is een maat voor hoe makkelijk de betreffende golf kan worden versterkt. Golven met een hoge CM-waarde kunnen moeilijker worden versterkt dan golven met een lage CM-waarde.
voor grote cellen moeten sequenties met een lage CM worden gebruikt, voor kleinere cellen volstaan ook sequenties met een hogere CM.
minimaleverschuivingsgrootte en celgrootte: wanneer de celgrootte leidt tot een minimale verschuiving die groter is dan de maximale verschuiving van een rootsequentie als gevolg van het Doppler-effect (minimale Ncs > Max Ncs), dan kan die rootsequentie niet in de betreffende cel worden gebruikt. Deze beperking is alleen van toepassing voor high-mobility cellen. De wijze om de Max Ncs-waarde van een sequentie te bepalen is bekend uit het document Panasonic, NTT DoCoMo, 3GPP Tdoc R1-072802,
Limitation of RACH sequence allocation for high-mobility cell(productie EP07).
elke rootsequentie heeft een bepaalde maximale celgrootte voor high-mobility cellen.
scatter plotals hieronder afgebeeld. De verticale as geeft de Max Ncs-waarde weer en de horizontale as geeft de CM-waarde weer. Ieder punt in de grafiek is een rootsequentie – en de plek van de punt in de grafiek geeft dus de CM- en Max Ncs-waarde van die rootsequentie weer:
RACH sequence allocation and indication to the cell.” (hierna: “Panasonic 1”, productie EP08).
volgenderootsequentie gebruikt, en worden daar cyclische verschuivingen van gemaakt. Dit gaat net zo lang door tot het vereiste aantal van 64 preambles is verzameld.
volgenderootsequenties inherente eigenschappen moeten hebben (CM-waarden en – in geval van een high mobility cel – max Ncs-waarden) die goed genoeg zijn om in de betreffende cel te functioneren, en bij voorkeur ook niet te goed zijn voor de cel.
physicalindex was hiervoor maar matig geschikt. Weliswaar verlopen de CM-waarden van de rootsequenties in die ordening verhoudingsgewijs vloeiend, maar de max Ncs-waarden variëren in die ordening enorm. Zie het onderstaande plaatje, afkomstig uit 3GPP Tdoc R1-073501 (productie EP12) (zie 4.9.9-4.9.13 hierna).
RACH sequence allocation and indication to the cell” (productie EP11, hierna: “Panasonic 2”).
physical layer perspectives, waaronder de
cubic metric-eigenschap en
cell deployment.
inconsecutive sequence indexes are allocated”).
applying CM-based ZC sequence planning would be difficult…”). De CM-waarden variëren dan immers sterk tussen de opeenvolgende sequenties. Daarom is het moeilijk om opeenvolgende rootsequenties te vinden die allemaal een geschikte CM hebben, zeker als een groot aantal rootsequenties nodig is om 64 preambles te kunnen genereren.
combinatievan de twee methodes te gebruiken: sorteren op CM, vervolgens de rootsequenties in een aantal groepen verdelen, en vervolgens binnen elk van die groepen op maximum celgrootte (max Ncs) sorteren. Het nadeel daarvan is volgens Panasonic 2 dat het wat complexer is om de lijst met sequenties te berekenen.
hybridesorteringsmethode te gebruiken. Als voorbeeld stelt LGE om de rootsequenties eerst te sorteren op grootte van high-mobility cells. De resulterende lijst wordt daarna in groepen verdeeld. Binnen elk van de groepen wordt er vervolgens gesorteerd op de CM-waarde.
No ZC sequence fragments will be generated”). En eventueel kan er een reeks sequenties worden toegewezen die een groepsgrens doorkruist.
scatter plot”), waarbij elke sequentie een punt is op de plek van zijn CM- en Max Ncs-waarde. In het geval van de besproken Zadoff-Chu sequenties ziet dat diagram er als volgt uit:
The Traveling Salesmanvan Reinelt uit 1994 (productie EP14, hierna: “Reinelt”), p. 1:
heuristiekgenoemd. Een aantal algemeen bekende heuristieken voor het benaderen van een optimale oplossing van een handelsreizigersprobleem acht Orope relevant voor deze zaak.
A Case Study in Applied Algorithm Design’ uit 1984 (productie EP15):
pace-filling curve.
The Design and Analysis of Spatial Data Structures, Addison-Wesley 1990, productie EP16, p. 14):
row’ en ‘
row-prime’, of ook wel
‘sweep’en
‘scan’):
This mapping should preserve the spatial locality of the original two-dimensional image in one dimension”).
Performance of multi-dimensional space-filling curvesvan Mokbel (productie EP17), p. 183. Hier wordt beschreven dat de sweep-ordening leidt tot een grote sprong (
Jump) aan het eind van elke rij naar het begin van de volgende rij. Dat betekent dat opeenvolgende elementen op de lijn op de plek van een
jumpniet dicht bij elkaar liggen in het vlak.
devicedat een
searching unitbevat. Het
devicekan een (onderdeel van een) mobiel station zijn, maar eventueel ook een (onderdeel van een) basisstation. De
searching unitin het
devicemoet een verzameling preambles zoeken (“
set of specific sequences”). Die verzameling preambles bestaat uit rootsequenties en cyclische verschuivingen van die rootsequenties.
ordered sequences”) die is verkregen door (“
obtained by”) het uitvoeren van een ordeningsproces.
- De stippen in het diagram geven de rootsequenties weer (vgl. 4.6.21 hierboven);
- De verticale stippellijn verdeelt de sequenties in twee groepen op basis van een drempelwaarde (kenmerk 1.3.1);
- De horizontale stippellijnen verdelen elke groep in subsets voor de maximale celgrootte. De verticale, rood-gestippelde, pijlen duiden aan dat de Max Ncs-waarden van de sequenties in de subgroepen telkens groter wordt aan de linkerkant, en telkens kleiner aan de rechterkant (kenmerk 1.3.2)
- De horizontale pijlen geven aan dat er binnen de subgroepen op CM-waarde geordend wordt, afwisselen naar links (aflopend) en naar rechts (oplopend).
according tode “supported cell size” oftewel de Max Ncs-waarde). Orope stelt kort gezegd dat “according to” moet worden uitgelegd als “aan de hand van” de Max Ncs-waarde (pleitnota nr. 41) of “dat de Max Ncs-waarde daarbij een rol speelt” en “dat Max Ncs als parameter wordt gebruikt” (pleitnota 42(a)). Orope meent dat daaraan wordt voldaan als de Max Ncs-waarde tussen de aangrenzende subsets binnen de op basis van de CM-waarde gevormde (twee) reeksen (kenmerk 1.3.1) steeds toeneemt (in de ene reeks) of afneemt (in de andere reeks). Van dit toenemen of afnemen van de Max Ncs-waarde tussen aangrenzende subsets is volgens Orope ook sprake indien naast elkaar gelegen subsets dezelfde Max Ncs bevatten, zolang de hoogste Max Ncs-waarde in de subsets binnen de reeks met afnemende Max Ncs-waardes nooit hoger is dan en de laagste Max Ncs-waarde in de subsets binnen de reeks met toenemende Max Ncs-waardes nooit lager is dan de Max Ncs-waarde in de voorgaande subset binnen die reeks. Orope heeft in de lijst van ZTE (Appendix B) zelf subsets gevormd om te laten zien dat die lijst zo is in te delen dat wordt voldaan aan deze door haar gegeven interpretatie van “according to” in kenmerk 1.3.2.
Ten eerstewijst Nokia er terecht op dat in de octrooien juist afstand wordt genomen van de ordening van ZTE. Het is dan niet logisch dat een gemiddelde vakpersoon die ordening toch onder de uitvinding zal schuiven.
Ten tweedeis van belang dat de interpretatie van Orope technisch niet zinvol is in het licht van de octrooien. Volgens de uitvinding neergelegd in de octrooien is de ordening erop gericht dat er binnen de “according to” de Max Ncs-waarde gevormde subsets een min of meer vloeiend verloop van de CM (cubic metric value) wordt behaald omdat dit de twee grootheden zijn die zoveel als mogelijk met elkaar in overeenstemming moeten worden gebracht. Beide partijen wijzen met betrekking tot dit aspect van de uitvinding naar paragraaf [0043]:
“If this group is ordered using the third ordering scheme, the consecutive sequences inside a subset have roughly the same CM”. Van een dergelijk vloeiend verloop van de CM-waarde binnen een Max Ncs-subset is bij ZTE geen sprake, zoals de hiervoor opgenomen figuur al laat zien en Nokia terecht opmerkt. Bij een groot deel van de door Orope (achteraf) gevormde subgroepen fluctueert de CM-waarde zeer. In de subset van logische nummers 0-3 bijvoorbeeld ligt de CM-waarde tussen ongeveer -0.7 en 0.6. en bij de subset van logische nummers 29-32 tussen 0 en 1.5.
Ten derdevalt op dat Orope de subgroepen zo heeft gecreëerd dat rootsequenties met min of meer gelijke CM niet in dezelfde subgroep (met ordening) terecht zijn gekomen, ook al is hun Max Ncs-waarde dezelfde. Daarvoor is geen goede technische reden te geven en dat zou ook niet een logisch gevolg zijn van de stappen 1.3-1.3.3 in de octrooien, zo zal de gemiddelde vakpersoon onderkennen. Als de subsets volgens kenmerk 1.3.2 op technisch zinvolle wijze worden gevormd (en dus niet reeds met in het achterhoofd de ordening op CM-waarde), dan zouden de vier rootsequenties 41-44 in het blauwe kader in de figuur hieronder samen één subset moeten vormen, en de vier rootsequenties 45-48 in het rode kader samen een andere subset. Dan is dus sprake van tweemaal een toenemend CM-verloop in de opeenvolgende subsets, wat niet aan kenmerk 1.3.3 voldoet. Er is bij ZTE in wezen geen manier om technisch zinvolle subsets te trekken die (alle) zowel voldoen aan kenmerk 1.3.2 als aan kenmerk 1.3.3. De verwijzing van Orope (pln. 42 (e)) naar dat de ordening “according to” de CM-waarde in de volgens Nokia inbreukmakende standaard ook niet strak op- of afloopt (kenmerk 1.3.3) gaat erop mank dat het – zo begrijp de rechtbank – om zeer minieme verschillen en in wezen om een afrondingsfout gaat (cva onder meer nr. 502).
Ten vierdewordt het hiervoor bij ZTE gesignaleerde probleem naar het oordeel van de rechtbank nog groter indien de portée van conclusies 3 in de beschouwingen wordt betrokken. In die conclusie van beide octrooien wordt onder bescherming gesteld dat de subgroepen worden ingedeeld volgens vooraf gekwantiseerde Max Ncs-bereiken. Dat betekent dat de hierboven door Orope gepresenteerde subgroep-indeling niet mogelijk is omdat deze niet zozeer door een vooraf bepaald gekwantiseerd Max Ncs-bereik wordt geïndiceerd als wel door het alternerende op- of aflopende verloop van de CM-waarde. Bij een op de Max Ncs-waarde
gekwantiseerdeindeling zullen immers rootsequenties met dezelfde Max Ncs-waarde in elk geval in dezelfde subgroep terecht moeten komen, wat bij de rootsequenties van Orope niet het geval is. De rechtbank wijst op Orope’s Annex C, hierboven 4.16.3 deels weergegeven, waarin subgroepen 13 en 14 dezelfde Max Ncs-waarde van 257 hebben. Dat zou dus in een gekwantiseerd systeem één subgroep moeten zijn. Voorbeelden van dezelfde Max Ncs-waarden behorend bij rootsequenties in verschillende subgroepen blijken nog meer uit het door de rechtbank gemaakte staatje onder 4.16.3 weergegeven (waaruit blijkt dat naast subsets 13 en 14 ook subset 12 een rootsequentie met Max Ncs-waarde 257 heeft). Voorts brengt kwantisering op de Max Ncs-waarde met zich mee dat rootsequenties met een Max Ncs-waarde in een vooraf bepaald bereik in dezelfde subgroep terechtkomen. Omdat de subgroepen in bovenstaande figuur zijn getrokken volgens het op- of aflopende verloop van de CM-waarde, en niet volgens een bepaalde gekwantiseerde Max Ncs-waarde, kan het niet anders dan dat die subgroepen er duidelijk verschillend uit komen te zien en met name meer rootsequenties (met min of meer dezelfde Max Ncs-waarde) zullen bevatten, waardoor de CM-waardes binnen die subgroep niet meer ofwel steeds oplopen ofwel steeds aflopen, laat staan dit alternerend zouden doen van de ene op de andere subgroep volgens kenmerk 1.3.3. Indien (bij wijze van gedachte-experiment) de gekwantiseerde Max Ncs-waarde bijvoorbeeld bij logische index 25 naar de volgende waarde zou gaan, en de subgroepgrens aldaar derhalve zou worden gelegd volgens kenmerk 1.3.2, is helder dat er geen sprake is van alternerend op- of aflopende CM-waarden volgens kenmerk 1.3.3. Eenvoudig gezegd: de subgroepen van conclusies 3 zullen bij enige vorm van kwantisering op Max Ncs-waarde niet meer de roze/rode en groene subgroepering volgen, terwijl alleen dan sprake is van (alternerende) op- en aflopende CM-reeksen en voldoening aan kenmerk 1.3.3.
Ten vijfdezal de gemiddelde vakpersoon zien dat in de Duitse en Franse versies van conclusies 1 in de octrooien gebruik wordt gemaakt van de woorden “gemäβ” respectievelijk “en fonction de”, welke woorden zonder twijfel een strakker verband uitdrukken dan wat Orope voorstaat en niet zouden toestaan dat rootsequenties met dezelfde Max Ncs-waarde in verschillende subgroepen worden ingedeeld.
hoe een ordening van rootsequenties te verschaffen waarbinnen de CM homogener is verdeeld, zonder de ordening op basis van maximale celgrootte al te veel te verstoren”(dgv. nr. 249). Omdat in LGE (waarin geen splitsing wordt gemaakt in twee reeksen met een lage en hoge CM-waarde volgens kenmerk 1.3.1) en Panasonic 1 (waarin helemaal geen ordening volgens de octrooien plaatsvindt) meer kenmerken ontbreken dan enkel (gedeeltelijk) de maatregelen 1.3.2 en 1.3.3, houdt de rechtbank dit meest beperkte probleem en niet de voor LGE en Panasonic 1 breder geformuleerde objectief technische problemen als uitgangspunt aan.
enkelerootsequentie-index te signaleren van het basisstation, tezamen met de cyclische verschuiving die moet worden toegepast (zie 4.7 en 4.8). Daaruit volgt dat er een ordening moet worden gehanteerd van de rootsequenties, met vanaf elke rootsequentie bepaalde vooraf gestandaardiseerde “volgende” rootsequentie(s). Het mobiele apparaat kan dan immers alle 64 preamble sequenties afleiden uit de enkele gesignaleerde rootsequentie-index en cyclische verschuiving, waar er geen 64 sequenties kunnen worden verkregen uit die rootsequentie-index met die cyclische verschuiving.
beidevoorstellen van ZTE en LGE en daarmee ook boven Panasonic 1, waarin geen sprake is van sortering. De beide voorstellen ZTE en LGE zijn gebaseerd op twee ordeningsstappen met één segmentatiestap (lees: waarbij de rootsequenties in groepen worden verdeeld). In ZTE is sprake van een (grove) ordening en segmentatie op basis van CM, gevolgd door een laatste ordeningsstap op basis van Max Ncs. In LGE is sprake van een ordening en segmentatie op basis van Max Ncs, met als laatste een ordeningsstap op basis van CM. De uitvinding van het octrooi daarentegen voorziet in drie ordeningsstappen met twee bijbehorende segmentatiestappen. In het octrooi is immers sprake van een (grove) ordening en segmentatie op basis van CM, gevolgd door een segmentatie en ordening op basis van Max Ncs, met ten slotte nog weer een verdere ordening op basis van CM. Deze conceptuele stap van het toevoegen van een extra segmentatie (op basis van Max Ncs-waarden) en ordening (op basis van CM-waarden) om te komen tot de geordende rootsequenties wordt in geen van de voorstellen voor sortering in de stand van de techniek gemaakt of gesuggereerd, zoals Nokia terecht stelt. Dit geldt te minder voor de evenmin geopenbaarde of voor de hand liggende maatregel dat de laatste ordening in 1.3.3 geschiedt op basis van alternerende of op- en aflopende CM-waarden.