ECLI:NL:RBDHA:2022:9229
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor sportschoollidmaatschap wegens buitenwettelijk beleid en overschrijding redelijke termijn
Eiser, een ontvanger van een Wajong-uitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een sportschoollidmaatschap dat hij had opgezegd per 28 september 2019. De aanvraag van bijzondere bijstand werd op 31 december 2019 ingediend en door verweerder afgewezen omdat de kosten reeds voldaan waren en het lidmaatschap niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan behoort.
Eiser voerde aan dat hij aanspraak kon maken op de toenmalige Declaratieregeling voor sportkosten, maar deze regeling was per 1 juli 2019 vervallen. De rechtbank oordeelde dat verweerder dit buitenwettelijke begunstigende beleid consistent heeft toegepast en de aanvraag terecht is afgewezen wegens te late indiening.
Daarnaast faalde het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel omdat er geen toezeggingen of vergelijkbare gevallen waren die hem recht zouden geven op bijzondere bijstand. Ook het beroep op de afwijkingsbevoegdheid leidde niet tot een ander oordeel.
De rechtbank wees het beroep af en kende een schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn door de rechtbank, welke geheel ten laste van de Staat komt. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Staat veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.