ECLI:NL:RBDHA:2022:923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen stopzetting WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig thuishulp, ontving een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een verslechtering van haar gezondheid onderzocht verweerder haar arbeidsongeschiktheid opnieuw en besloot de uitkering per 7 april 2020 stop te zetten omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
Eiseres betwistte dit en stelde dat haar medische beperkingen, waaronder een verstandelijke beperking, onvoldoende waren meegenomen en dat de arbeidsdeskundige beoordeling geen rekening hield met haar opleidingsniveau en taalbeheersing. De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van de verzekeringsartsen als zorgvuldig en volledig, waarbij ook aanvullende medische informatie was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij op de datum in geding meer beperkingen had dan vastgesteld. Ook de arbeidsdeskundige beoordeling werd als zorgvuldig en passend beoordeeld, waarbij de geduide functies instapfuncties zijn die geen volledige taalbeheersing vereisen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de stopzetting van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard.