ECLI:NL:RBDHA:2022:9244
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag extra uren toegevoegde rechtsbijstand in asielprocedure bevestigd
Eiseres, een advocaat, vroeg extra uren toegevoegde rechtsbijstand toegekend te krijgen omdat haar werkzaamheden in een asielprocedure de forfaitaire 24 uren overschreden. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat er geen sprake was van een bijzondere rechtsvraag of omvangrijk feitencomplex die een overschrijding rechtvaardigen.
De zaak betrof een vlucht uit Iraans Koerdistan en bijkomende erkenningskwesties van een kind, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet leidt tot een bewerkelijke zaak in de zin van het beleid. Het indienen van extra stukken en het bijwonen van aanvullende hoorzittingen zijn niet ongebruikelijk in asielzaken.
De rechtbank bevestigde dat het forfaitaire stelsel bedoeld is om variatie in tijdsbesteding op te vangen en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar zaak uitzonderlijk complex of bewerkelijk is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van extra uren toegevoegde rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard.