ECLI:NL:RBDHA:2022:9249
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag extra uren toegevoegde rechtsbijstand in asielprocedure bevestigd
Eiseres, een advocaat, had bij de Raad voor Rechtsbijstand een aanvraag ingediend voor extra uren toegevoegde rechtsbijstand in een asielprocedure, omdat haar tijdsbesteding de forfaitaire grens van 21 uren zou overschrijden. De Raad wees deze aanvraag af, stellende dat er geen sprake was van bijzondere rechtsvragen of een omvangrijk feitencomplex die een overschrijding rechtvaardigen. Eiseres voerde aan dat haar cliënt vanwege psychische problematiek en trauma niet in eerdere procedures zijn verhaal kon doen en dat de terugkeer naar Iran, waar de doodstraf dreigt, extra aandacht vereist.
De rechtbank overweegt dat het beleid van de Raad voor Rechtsbijstand ruimte biedt voor extra uren bij uitzonderlijke, bewerkelijke zaken, maar dat het forfaitaire systeem juist uitgaat van afhandeling binnen de standaardtijd. De rechtbank stelt dat het verzamelen van veel informatie in asielprocedures niet ongebruikelijk is en dat persoonlijke omstandigheden zoals trauma geen feitelijke complexiteit opleveren. Er zijn geen bijzondere rechtsvragen vastgesteld die de aanvraag rechtvaardigen.
Daarom oordeelt de rechtbank dat de zaak niet als bewerkelijk kan worden aangemerkt en verklaart het beroep ongegrond. De Raad hoeft de kosten van de procedure niet te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers op 26 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor extra uren rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard.