ECLI:NL:RBDHA:2022:9252
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buitenbehandelingstelling paspoortaanvraag wegens verlies Nederlandse nationaliteit
Eiser, geboren in 1988 en sinds zijn geboorte woonachtig in het buitenland, heeft op 25 juli 2018 een Nederlands paspoort aangevraagd. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser van rechtswege zijn Nederlandse nationaliteit had verloren op grond van artikel 15 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Eiser was op het moment van het bereiken van de meerderjarigheid in 2006 ook houder van de Amerikaanse nationaliteit en woonde onafgebroken in de Verenigde Staten, waardoor de verliestermijn van artikel 15 RWN Pro was aangevangen. Eiser leverde geen bewijs dat deze termijn was gestuit, waardoor het Nederlanderschap in 2016 van rechtswege verloren ging.
De rechtbank oordeelt dat de RWN limitatief bepaalt wanneer het Nederlanderschap wordt verkregen of verloren en dat verweerder terecht een evenredigheidsbeoordeling heeft gemaakt vanuit Unierechtelijk perspectief. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt substantieel gebruik te maken van vrij verkeer binnen de EU ten tijde van het verlies.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 19 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de paspoortaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser van rechtswege zijn Nederlandse nationaliteit heeft verloren.