ECLI:NL:RBDHA:2022:9279
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering per 15 oktober 2020 terecht
Eiser werkte als productiemedewerker en viel uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Na beëindiging van zijn dienstverband ontving hij een Ziektewet-uitkering. Verweerder beëindigde deze uitkering per 15 oktober 2020 na medisch en arbeidskundig onderzoek waaruit bleek dat eiser meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen.
Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten, onderbouwd met een GAF-score van 50 en medische informatie van Centrum ’45. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig en begrijpelijk hadden gerapporteerd en dat de psychische beperkingen adequaat waren meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst.
De rechtbank wees het beroep af omdat eiser onvoldoende had geconcretiseerd welke beperkingen ontbraken en de GAF-score volgens vaste jurisprudentie niet doorslaggevend is voor arbeidsongeschiktheid. Ook benoeming van een deskundige werd niet noodzakelijk geacht. De arbeidsdeskundige had geschikte functies geselecteerd passend bij de beperkingen, en eiser kon deze functies verrichten.
De rechtbank concludeerde dat eiser meer dan 65% van zijn loon kan verdienen en dat de beëindiging van de ZW-uitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de Ziektewet-uitkering per 15 oktober 2020 terecht is beëindigd omdat eiser meer dan 65% van zijn oude loon kan verdienen.