Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Kameroense nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 27 december 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht op basis van de Dublinverordening en een significant risico op het ontduiken van toezicht.
Eiser betwistte de toepasselijkheid van de Dublinverordening en stelde dat hij slechts op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, in bewaring had mogen worden gesteld. De rechtbank oordeelde echter dat de Dublinverordening wel degelijk van toepassing is, mede vanwege lopende communicatie met Spanje over de asielclaim van eiser.
De rechtbank achtte de door verweerder aangevoerde zware gronden, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen en het onttrekken aan toezicht, feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Het verzoek om een lichter middel werd verworpen omdat eiser niet als voldoende traceerbaar werd beschouwd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.