ECLI:NL:RBDHA:2022:9420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige verklaringen over cultlidmaatschap en mensenhandel
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, vroeg asiel aan op grond van dwanglidmaatschap aan een cultgroep en bedreigingen door een mensenhandelaar. Hij stelde dat hij onder dwang lid werd van de [groepering 1] na een gewelddadige inwijding en later problemen kreeg met deze groepering en een mensenhandelaar die hem naar Europa bracht.
De staatssecretaris wees het asielverzoek af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen over het cultlidmaatschap en de problemen met de mensenhandelaar. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de tegenstrijdigheden in eisers verklaringen en de onlogische elementen in zijn verhaal de geloofwaardigheid ondermijnden.
Zo vond de rechtbank het onwaarschijnlijk dat eiser kort na een zware mishandeling al leidinggevende taken uitvoerde binnen de cult, en dat hij tegenstrijdig verklaarde over het overlijden van zijn vader en het moment van weigering van moordopdrachten. Ook de inconsistenties over het contact met de mensenhandelaar en het ontbreken van huisbezoeken door cultleden waren doorslaggevend.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het asielverzoek als ongegrond heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige verklaringen.