ECLI:NL:RBDHA:2022:9480
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij blokkering bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de blokkering van haar bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer. Het college had de bijstand toegekend met ingang van november 2021, maar later het recht op bijstand opgeschort en geadviseerd deze uitkering terug te vorderen, omdat verzoekster zou hebben verklaard op een ander adres te wonen dan opgegeven.
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om de blokkering van de bijstand bij wijze van voorlopige voorziening op te heffen. Tijdens de zitting is vastgesteld dat verzoekster een WAO-uitkering ontvangt en bij haar moeder woont zonder woonlasten. Er is geen sprake van een acute financiële noodsituatie zoals huisuitzetting of afsluiting van energie.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist, wat hier ontbreekt. Omdat verzoekster niet heeft onderbouwd dat zij in een acute noodsituatie verkeert, wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de blokkering van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.