ECLI:NL:RBDHA:2022:9483

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juli 2022
Publicatiedatum
19 september 2022
Zaaknummer
AWB 21/5570
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 WbtvArtikel 30 lid 3 Richtlijn 2004/38/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen besluit over rechtmatig verblijf en vertrektermijn op grond van Unierecht

Eiser, een Poolse nationaliteit dragende persoon, betwistte het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat hij geen rechtmatig verblijf had op grond van het Unierecht. Tevens stelde hij dat onterecht een B2-tolk was ingezet in plaats van een C1-tolk tijdens het gehoor, en dat de vertrektermijn onjuist was vastgesteld op 28 dagen in plaats van 30 dagen.

De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een beëdigde tolk voldeed aan de wettelijke eisen, ongeacht het taalniveau (B2 of C1), en dat er geen aanwijzingen waren dat de kwaliteit van het gehoor hierdoor was geschaad. Het niet beantwoorden van vragen door eiser en het niet aangeven van problemen met de tolk waren voor zijn eigen risico. Ook was niet gebleken dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid.

Ten aanzien van de vertrektermijn stelde de rechtbank vast dat eiser inmiddels geen belang meer had bij de discussie hierover, omdat hij nog in Nederland verbleef en de termijn was verstreken zonder gevolgen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen het verblijfsrecht ongegrond en het beroep tegen de verwijderingsmaatregel niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen het verblijfsrecht is ongegrond verklaard en het beroep tegen de verwijderingsmaatregel niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/5570

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2022 in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A.M.V. Bandhoe),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 mei 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht.
Bij besluit van 6 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 24 mei 2022 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder is, met voorafgaande mededeling, niet verschenen op zitting.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1984 en heeft de Poolse nationaliteit. Hij meent rechtmatig verblijf te hebben op grond van het Unierecht. Volgens verweerder voldoet hij echter niet aan de voorwaarden van rechtmatig verblijf voor een periode langer dan drie maanden.
Wat vindt eiser in beroep?
2. Eiser vindt dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat de belangen van eiser niet zijn meegewogen. Daarbij is van belang dat ten onrechte gebruik is gemaakt van een zogenaamde B2 tolk in plaats van een C1 tolk tijdens het gehoor op 10 mei 2021. Door het kwaliteitsverschil tussen deze twee soorten tolken is eiser in zijn belangen geschaad. Verder vindt eiser dat de vertrektermijn een maand [1] , en dus minstens 30 dagen had moeten zijn in plaats van 28 dagen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Gebruik tolk
3. De rechtbank stelt vast dat tijdens het gehoor op 10 mei 2021 een geregistreerde (oftewel beëdigde) tolk is gebruikt. Aangezien artikel 28, eerste lid, van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv) enkel vereist dat een beëdigde tolk wordt ingezet, zonder onderscheid naar taalbeheersing op B2- of C1-niveau, kan het betoog van eiser niet slagen. Los daarvan blijkt uit de verslaglegging van het gehoor ook niet dat de kwaliteit van het gehoor onder dat niveauverschil te lijden heeft gehad, nu er enkel wat eenvoudige vragen over onder meer de datum van inreis, zijn verblijf en werk hier te lande aan eiser zijn gesteld. Dat eiser er voor heeft gekozen om geen antwoord te geven op deze vragen en ook niet heeft aangegeven dat hij bijvoorbeeld de tolk niet goed kon verstaan, moet voor zijn eigen rekening en risico komen. Niet is gebleken dat eiser in zijn belangen is geschaad en evenmin is aannemelijk gemaakt dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid. De beroepsgrond slaagt niet.
Vertrektermijn
4. Voor wat betreft de vraag of aan eiser een vertrektermijn van 28 dan wel 30 dagen opgelegd had moeten worden of, zoals gemachtigde ter zitting heeft betoogd, er formeel geen sprake is geweest van een vertrektermijn, is van belang dat eiser daar inmiddels geen belang meer bij heeft. Eiser verblijft nog steeds in Nederland en deze termijn is ruimschoots verstreken, zonder dat eiser daar gevolg aan heeft gegeven dan wel dat daar door verweerder gevolgen aan zijn verbonden.
Wat is de conclusie?
5. De rechtbank zal het beroep - voor zover dat ziet op het verblijfsrecht op grond van het Unierecht – ongegrond verklaren. Het beroep voor zover dat ziet op de verwijderingsmaatregel zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep voor zover dat ziet op het verblijfsrecht op grond van het Unierecht ongegrond;
- verklaart het beroep voor zover dat ziet op de verwijderingsmaatregel niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 30 lid 3 Richtlijn Pro 2004/38/EG (Verblijfsrichtlijn).