Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
.Verweerder is, met voorafgaande mededeling, niet verschenen op zitting.
Rechtbank Den Haag
Eiser had een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel 'studie', welke bij besluit van 4 november 2020 door verweerder werd ingetrokken. Eiser diende bezwaar in tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door verweerder bij besluit van 24 augustus 2021 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen.
Eiser stelde dat hij het bezwaarschrift tijdig had verzonden, maar naar het verkeerde adres. De rechtbank oordeelde dat dit niet aannemelijk was omdat het bezwaarschrift niet aangetekend was verzonden, eiser niet wist wanneer het was verzonden en de verklaring van een vriend als getuige niet objectief verifieerbaar was.
De rechtbank stelde vast dat er geen verschoonbare reden was voor de termijnoverschrijding. De vraag of eiser het primaire besluit goed had begrepen was daarom irrelevant. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. Garabitian en griffier C.M. van den Berg, en uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning studie wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdig ingediend bezwaar zonder verschoonbare termijnoverschrijding.