ECLI:NL:RBDHA:2022:9503

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 september 2022
Publicatiedatum
20 september 2022
Zaaknummer
NL22.11895
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Vreemdelingenwet 2000Art. 18 lid 3 EurodacverordeningVerordening (EU) nr. 603/2013
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens bescherming in Duitsland

Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, diende op 9 juni 2022 in Nederland een asielaanvraag in. Verweerder verklaarde deze aanvraag op 23 juni 2022 niet-ontvankelijk omdat de Duitse autoriteiten haar sinds 10 april 2018 internationale bescherming hebben verleend. Eiseres betoogde dat haar tijdelijke verblijfsvergunning in Duitsland was verlopen en dat zij geen verblijfsrecht meer had, mede vanwege haar zwangerschap en het ontbreken van een sociaal netwerk in Duitsland.

De rechtbank oordeelde dat het verstrijken van de geldigheidsduur van het verblijfsdocument niet betekent dat het verblijfsrecht in Duitsland is vervallen. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder uitgaan van de gegevens in het Eurodac-systeem, waaruit blijkt dat de bescherming in Duitsland nog steeds geldt. Duitsland heeft ook niet nagelaten de markering in Eurodac te verwijderen, wat verplicht is bij intrekking van de verblijfsstatus.

Daarom zijn de banden van eiseres met Duitsland nog steeds zodanig dat zij geacht wordt daarheen te kunnen terugkeren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.11895

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Visschers).

Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL22.11896, op 1 september 2022 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Eritrese nationaliteit te hebben. Ze heeft op 9 juni 2022 in Nederland een asielaanvraag ingediend.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de Duitse autoriteiten haar met ingang van 10 april 2018 internationale bescherming hebben verleend. Tevens is eiseres een vertrektermijn onthouden.
3. Eiseres heeft aangevoerd dat zij geen internationale bescherming meer geniet in Duitsland. Eiseres heeft bij de laatste verlenging van haar verblijfsvergunning in februari 2022 slechts een tijdelijke verblijfsvergunning voor de duur van zes maanden (
Fiktionsbescheinigung)ontvangen, die geldig is tot 1 september 2022, en geen permanente verblijfsvergunning. Eiseres heeft vanwege haar zwangerschap uitstel van vertrek gekregen. Zij is van mening dat, zodra zij na de bevalling, die op 26 juli 2022 heeft plaatsgevonden, weer in staat is om te reizen, zij geen verblijfsrecht meer heeft in Duitsland. Na afloop van deze tijdelijke verblijfsvergunning vervalt het verblijfsrecht van eiseres in Duitsland, aldus eiseres. Zij kan haar verblijfsrecht niet tussentijds verlengen. Eiseres is van mening dat verweerder nader onderzoek dient te doen naar de status van haar verblijfsvergunning. Verder heeft eiseres geen sociaal netwerk in Duitsland. In Nederland krijgt ze wel steun van de familie van haar ex-partner.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder in beginsel
afgaan op informatie van een andere lidstaat. Uit het door verweerder op 9 juni 2022
verrichte onderzoek in het Eurodac-systeem is gebleken dat de Duitse autoriteiten op
10 april 2018 internationale bescherming aan eiseres hebben verleend.. Dat de geldigheidsduur van haar verblijfsdocument op 1 september 2022 is verstreken, betekent niet dat eiseres geen verblijfsrecht meer heeft in Duitsland. Eiseres heeft in beginsel een beschermingsstatus in Duitsland die haar geldigheid niet verliest door het enkele verstrijken van de geldigheidsduur van haar verblijfsdocument. Het verstrijken van de geldigheidsduur van haar verblijfsdocument maakt dan ook niet dat verweerder niet langer van de gegevens in Eurodac mag uitgaan. Bovendien zijn lidstaten op grond van artikel 18, derde lid, van de Eurodacverordening [1] verplicht de markering in het Eurodacsysteem te verwijderen wanneer de verblijfsstatus van de betrokkene is ingetrokken of beëindigd of de verlenging ervan is geweigerd. Niet gebleken is dat Duitsland deze verplichting ten aanzien van eiseres niet is nagekomen. Gelet op het voorgaande staat voldoende vast dat eiseres nog steeds internationale bescherming geniet in Duitsland. Nu de Duitse autoriteiten aan eiseres internationale bescherming hebben verleend, zijn de banden die eiseres met Duitsland heeft door haar geldige verblijfsvergunning daar zodanig sterk dat verweerder van eiseres kan verlangen naar Duitsland te gaan.
5. Verweerder heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard.
6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 603/2013