ECLI:NL:RBDHA:2022:9515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens ernstige bedreiging openbare orde
Eiser, een Marokkaanse nationaliteitdragende vreemdeling met langdurig verblijfsrecht in Nederland, kreeg zijn verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht vanwege een onherroepelijke veroordeling voor een ernstig misdrijf en een opgelegd inreisverbod van tien jaar wegens een ernstige bedreiging van de openbare orde.
Eiser betwistte het besluit en voerde aan dat hij geen actuele en ernstige bedreiging vormt, mede gezien zijn behandelverplichting, positieve gedragsverandering en werkzame situatie. De rechtbank oordeelde echter dat ondanks enige gedragsverbetering het geringe tijdsverloop sinds het laatste ernstige misdrijf en de ernst van de feiten een actuele dreiging rechtvaardigen.
De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro werd zorgvuldig gemaakt, waarbij het algemeen belang zwaarder woog dan het privé- en gezinsleven van eiser. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot intrekking en oplegging van het inreisverbod.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.P. Bosman op 1 september 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning met een tienjarig inreisverbod wordt bevestigd.