ECLI:NL:RBDHA:2022:9518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens schijnrelatie tussen eiser en partner
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland op basis van een relatie met zijn Poolse partner (referente). Verweerder wees de aanvraag af omdat hij oordeelde dat er sprake was van een schijnrelatie, bedoeld om het recht op vrij verkeer en verblijf te verkrijgen.
De rechtbank behandelde het beroep en constateerde dat eiser en referente tijdens het gehoor tegenstrijdige, vage en onware verklaringen hadden afgelegd over essentiële onderdelen van hun relatie, zoals de startdatum, eerste ontmoeting, werkzaamheden van referente en contact met haar kinderen. De stellingen van eiser dat taalproblemen of tolken de inconsistenties konden verklaren, werden niet gevolgd omdat geen taalproblemen waren vastgesteld.
De rechtbank vond dat de enkele overgelegde foto's onvoldoende waren om een duurzame en exclusieve relatie te bewijzen. Ook was er geen aanleiding voor verweerder om nader onderzoek te doen naar de gezinssituatie, gezien de tegenstrijdigheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd wegens onvoldoende bewijs van een duurzame relatie.