ECLI:NL:RBDHA:2022:9575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stellen paspoortaanvraag wegens verlies Nederlanderschap minderjarige
Eiser, met dubbele nationaliteit, deed afstand van het Nederlanderschap in 2010, waardoor ook zijn minderjarige zoon het Nederlanderschap verloor. De zoon kreeg het Nederlanderschap niet terug omdat hij niet was opgenomen in de optieverklaring van eiser. Verweerder stelde de paspoortaanvraag van de zoon buiten behandeling op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Eiser voerde aan dat het verlies van het Nederlanderschap van zijn zoon onevenredig was en in strijd met het Unierecht, mede vanwege de gevolgen voor het recht op vrij verkeer en verblijf en de medische situatie van zijn zoon. De rechtbank oordeelde dat het verlies van het Nederlanderschap strikt volgens de RWN plaatsvond en dat het vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel niet tot behoud van het Nederlanderschap leiden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de vereiste evenredigheidstoets op juiste wijze had uitgevoerd en dat geen omstandigheden waren aangevoerd die het verlies onevenredig maakten. De belangen van de zoon waren onvoldoende om af te wijken van de wettelijke regeling. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de paspoortaanvraag is ongegrond verklaard.