Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
Verblijfsoverstijgende kosten / kinderrekening
Rechtbank Den Haag
Partijen waren in geregistreerd partnerschap en ouders van twee minderjarige kinderen. Na ontbinding van het partnerschap is een beschikking met een ouderschapsplan vastgesteld, waarin onder meer een 50/50-verdeling van verblijfskosten en een gezamenlijke kinderrekening zijn opgenomen. De vrouw stelt dat de man betalingsachterstanden op de kinderrekening heeft en onrechtmatig opnames heeft gedaan, waarna zij de deurwaarder inschakelde voor incasso.
De deurwaarder twijfelde echter of hij de beschikking en het ouderschapsplan mocht executeren, omdat volgens hem de titel niet voldoende was om de vordering ten laste van de man te leggen. De rechtbank oordeelt dat de betalingsverplichting in het ouderschapsplan voldoende duidelijk en uitvoerbaar is, ook al is de gezamenlijke rekening beëindigd en voortgezet op naam van de vrouw.
De vrouw gebruikt de rekening nog uitsluitend voor de kinderen en is bereid verantwoording af te leggen en de rekening eventueel weer gezamenlijk voort te zetten. De rechtbank stelt dat de man zijn bezwaren tegen de vordering in een executiegeschil kan voorleggen, maar dat de deurwaarder zijn ministerieplicht moet nakomen en de executie mag voortzetten zolang de man niet voldoet aan zijn verplichtingen. Iedere partij draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De deurwaarder mag de executie van de beschikking voortzetten zolang de man niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet.