ECLI:NL:RBDHA:2022:9589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering met vergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiseres, voormalig pedagogisch medewerker, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank behandelde het beroep en liet eiseres fysiek onderzoeken door een verzekeringsarts b&b. Uit de medische rapporten bleek dat alle klachten en beschikbare informatie waren meegenomen en dat er geen aanwijzingen waren voor sterk wisselende mogelijkheden of volledige arbeidsongeschiktheid.
De verzekeringsarts concludeerde dat de beperkingen van eiseres passend waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat de geduide functies binnen haar belastbaarheid vielen. De rechtbank volgde deze beoordeling en oordeelde dat het bestreden besluit op goede gronden berustte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast verzocht eiseres om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase. De rechtbank stelde vast dat de bezwaar- en beroepsfase samen niet langer dan twee jaar mogen duren, terwijl in deze zaak de rechterlijke fase ruim anderhalf jaar duurde. De rechtbank kende daarom een vergoeding toe van €500,- en vergoedde ook de proceskosten van eiseres voor het verzoek.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.