ECLI:NL:RBDHA:2022:9655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek om een voorlopige voorziening van een vreemdeling tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Het primaire besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dateert van 8 februari 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Op 13 april 2022 besloot de staatssecretaris op het bezwaar. Na deze beslissing diende verzoeker beroep in en een nieuw verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar was afgehandeld en niet meer aanhangig was, werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, omdat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een aanhangig bezwaar.