ECLI:NL:RBDHA:2022:9657
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden bevatte waarop het beroep gebaseerd kon worden. Op grond van artikel 6:5 Awb Pro moet een beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevatten. Omdat deze ontbraken, heeft de rechtbank eiser bij aangetekende brief verzocht alsnog gronden in te dienen binnen vier weken.
Eiser heeft niet gereageerd op dit verzoek. Gezien het ontbreken van gronden en het uitblijven van een reactie, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.