ECLI:NL:RBDHA:2022:9658
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar of beroep
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening. Nadat verweerder op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Tevens is er geen beroep ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn.
Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen ontvankelijk indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Omdat dit niet het geval is, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en een proceskostenveroordeling is niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.