ECLI:NL:RBDHA:2022:9661
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening na besluit op bezwaar verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 12 april 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op 7 juni 2022 op het bezwaar beslist. Omdat het bezwaar daarmee niet meer aanhangig is en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, voldoet het verzoek om een voorlopige voorziening niet aan de vereisten van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar reeds is beslist en er geen beroep is ingesteld.