ECLI:NL:RBDHA:2022:9665
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake niet in behandeling nemen verblijfsvergunning afgewezen
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het verzoekschrift geen gronden bevatte waarop het verzoek was gebaseerd, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel vereist is. Na een schriftelijke herinnering aan verzoeker om alsnog gronden in te dienen, bleef een reactie uit.
Daarop verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, wat betekent dat het verzoek niet inhoudelijk is behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.