ECLI:NL:RBDHA:2022:9666
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Nadat op het bezwaar is beslist, heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Omdat het bezwaar reeds is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is het verzoek om voorlopige voorziening niet ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.