ECLI:NL:RBDHA:2022:969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoekster, van Guinese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 25 oktober 2021 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 13 januari 2022, samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL21.17046). Tijdens de zitting was verzoekster aanwezig met haar gemachtigde en een tolk. De gemachtigde van de staatssecretaris was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen.