Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse nationaliteit, werd op 16 januari 2022 onder bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 24 januari 2022 en liet partijen reageren op een aanvullend proces-verbaal.
Eiser voerde aan dat hij sinds zijn terugkeer in Nederland rechtmatig verblijf had, mede op basis van informatie van de Dienst Terugkeer & Vertrek. Verweerder stelde dat eiser na verwijdering op 13 mei 2021 slechts kort in Polen verbleef en al op 15 juni 2021 weer in Nederland was, zonder dat hij zijn verblijf daadwerkelijk en effectief had beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat eiser zijn verblijf niet had beëindigd en dat het beroep ongegrond was. Tevens wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af. De gronden voor de maatregel bewaring, waaronder risico op onttrekking aan toezicht en overtredingen van vreemdelingenwetgeving, werden niet betwist door eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.