Eiser ontvangt sinds 1 februari 2018 een WIA-uitkering en heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin zijn verzoek om heroverweging van een eerdere beslissing werd afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser pas op 27 april 2021 beroep in tegen het bestreden besluit van 23 juli 2019.
De rechtbank stelt vast dat het beroep ruim anderhalf jaar te laat is ingediend, terwijl de wettelijke termijn zes weken bedraagt. Eiser voerde aan dat zijn psychische klachten, waaronder depressies, de oorzaak waren van de late indiening. De rechtbank erkent de moeilijke situatie van eiser, maar oordeelt dat dit geen verschoonbare termijnoverschrijding oplevert omdat eiser hulp had kunnen inschakelen om tijdig beroep in te dienen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelt het de inhoud van het beroep niet. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om opnieuw een verzoek tot heroverweging in te dienen, onderbouwd met medische informatie. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.