ECLI:NL:RBDHA:2022:9732
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Egyptische reservist wegens ongeloofwaardige verklaringen
Eiser, een Egyptische nationaliteit bezittende man, vroeg asiel aan in Nederland nadat hij zijn militaire dienstplicht had vervuld en geweigerd had gehoor te geven aan oproepen voor reservistendienst. Hij stelde dat hij hiervoor in Egypte was veroordeeld en bedreigd door een commandant. Verweerder, de staatssecretaris, wees het asielverzoek af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen van eiser, die tegenstrijdig, vaag en summier waren.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand was gekomen. Het nader gehoor vond plaats onder begeleiding van ervaren medewerkers en een registertolk. Hoewel communicatie stroef verliep, was deze niet onmogelijk. Eiser gaf wisselende verklaringen, onder meer over de duur van zijn gevangenisstraf en de aard van de bedreiging, welke niet konden worden verklaard door vergeetachtigheid of miscommunicatie.
De rechtbank vond de brief uit het militair archief niet overtuigend en kon de echtheid niet vaststellen. Ook de brief van VluchtelingenWerk over gevangenisomstandigheden was niet relevant omdat de kern van het verhaal niet geloofwaardig werd geacht. Gezien het feit dat eiser legaal Egypte verliet en pas na een half jaar asiel aanvroeg, gaf de rechtbank verweerder terecht geen voordeel van de twijfel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep ongegrond wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielverhaal.