ECLI:NL:RBDHA:2022:9737
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Colombiaanse partners wegens ongeloofwaardigheid asielrelaas
Eisers, een Colombiaans partnerschap, vroegen asiel aan met het verhaal dat de man als gemeenschapsleider in een dorp werkte en bedreigd werd door de guerrillagroep ELN. De staatssecretaris wees hun aanvragen af wegens ongeloofwaardigheid.
De rechtbank beoordeelde de verklaringen en constateerde tegenstrijdigheden over de startdatum en aard van de werkzaamheden als gemeenschapsleider. Ook waren de verklaringen over bedreigingen door de ELN inconsistent, met wisselende uitspraken over persoonlijke benadering en bedreiging.
De rechtbank vond dat deze tegenstrijdigheden de geloofwaardigheid van het asielrelaas ernstig aantasten. Het overgelegde groene pasje en Colombiaanse documenten boden onvoldoende steun. Omdat het asielrelaas niet geloofwaardig was, hoefde de rechtbank het binnenlands beschermingsalternatief niet te beoordelen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de aanvragen afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.