Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Letse nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit van 16 juni 2021 waarin werd vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland had en binnen 28 dagen het land moest verlaten. Na een ongegrond verklaard bezwaar tegen dit besluit, legde de Staatssecretaris op 19 januari 2022 een maatregel van vreemdelingenbewaring op wegens risico op onttrekking aan toezicht.
Eiser betwistte de zware gronden waarop de bewaring was gebaseerd, met name dat hij zich aan toezicht had onttrokken en niet aan zijn vertrekplicht had voldaan. De rechtbank oordeelde dat eiser op de hoogte had kunnen zijn van het besluit op bezwaar en dat de zware gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Het beroep op het recht van vrij verkeer en verblijf en de verwijzing naar het HvJEU-arrest van 22 juni 2021 faalden, omdat eiser niet voldeed aan zijn vertrekplicht.
Verder stelde eiser dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn geweest. De rechtbank vond dat de Staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom dit niet was toegepast, mede vanwege het risico op onttrekking en het ontbreken van onderbouwing van persoonlijke omstandigheden door eiser.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.