ECLI:NL:RBDHA:2022:9776
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Sociale Verzekeringsbank in proceskosten na intrekking besluit kinderbijslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) van 5 februari 2021 betreffende kinderbijslag. Tijdens de procedure heeft de rechtbank op 23 mei 2022 een zitting via beeldverbinding gehouden. Vervolgens heeft de Svb het bestreden besluit op 2 juni 2022 ingetrokken en een nieuw besluit genomen waarin geheel aan eiseres is tegemoetgekomen door alsnog kinderbijslag toe te kennen per het eerste kwartaal van 2021.
Naar aanleiding van deze intrekking heeft eiseres het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de Svb in de proceskosten kan worden veroordeeld indien het bestuursorgaan geheel aan de indiener van het beroepschrift tegemoetkomt.
De rechtbank veroordeelt de Svb in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €1.518,- voor beroepsmatige bijstand en wijst tevens de vergoeding van het betaalde griffierecht van €49,- toe. De uitspraak is gedaan door rechter J.B. Wijnholt op 30 juni 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €1.518,- en de griffierechtvergoeding.