ECLI:NL:RBDHA:2022:9854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij ouder zonder gezag
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling om een machtiging te verkrijgen voor uithuisplaatsing van een minderjarige bij de ouder zonder gezag gedurende de ondertoezichtstelling. De minderjarige verblijft sinds de zomervakantie vier dagen bij de moeder, die het ouderlijk gezag heeft, en drie dagen bij de vader.
De gecertificeerde instelling motiveerde het verzoek met problemen in de thuissituatie bij de moeder, waaronder onvoldoende gehoorzaamheid van de minderjarige en problemen met schoolgang, terwijl de opvoedomgeving bij de vader als veilig en gestructureerd werd beoordeeld. De ouders hebben echter een constructieve samenwerking en een ouderschapsplan opgesteld.
De kinderrechter concludeert dat de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing niet of onvoldoende aanwezig zijn, mede omdat de minderjarige het merendeel van de week bij de gezagsouder verblijft en er geen aanleiding is voor uithuisplaatsing bij de andere ouder. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De beschikking is mondeling gegeven op 13 september 2022 en schriftelijk vastgesteld op 27 september 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de ouder zonder gezag is afgewezen.