ECLI:NL:RBDHA:2022:9858
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontheffing uit korte officiersopleiding bij Koninklijke Marine
Eiser is ontheven uit de korte officiersopleiding (KOO) tot officier voor de zeedienst omdat hij niet slaagde voor twee examenonderdelen binnen de gestelde termijn. Eiser vordert alsnog een extra kans om de opleiding te voltooien. Verweerder handhaaft de ontheffing en stelt dat alle bijzondere omstandigheden, waaronder verlenging van de opleidingstermijn en effecten van de covid-pandemie, zijn meegewogen.
De rechtbank toetst terughoudend vanwege de discretionaire bevoegdheid van verweerder en concludeert dat het besluit tot ontheffing redelijk is genomen. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van herbeoordeling van examenuitslagen en heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij oneerlijk is behandeld of dat hem geen eerlijke kans is geboden.
Hoewel meerdere commandanten van schepen waar eiser voer zijn geschiktheid onderschrijven, kan dit niet afdoen aan de negatieve beoordeling van de examencommissie. De rechtbank acht de aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder dat een extra examenmogelijkheid gerechtvaardigd is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontheffing uit de korte officiersopleiding wordt ongegrond verklaard.