ECLI:NL:RBDHA:2022:9859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlaging bezoldiging militair na ziekte niet onterecht wegens ontbreken buitensporige werkomstandigheden
Eiseres, een luitenant ter zee der eerste klasse, was sinds 2014 werkzaam in een specifieke functie binnen de Zeestrijdkrachten. Na ziekmelding wegens burn-out klachten op 18 oktober 2018, werd haar bezoldiging na twaalf maanden ziekte verlaagd naar 70% van haar salaris. Eiseres stelde dat deze verlaging onterecht was omdat haar ziekte veroorzaakt zou zijn door buitensporige werkomstandigheden.
De rechtbank behandelde het beroep en beoordeelde of de ziekte van eiseres in overwegende mate haar oorzaak vond in de aard van haar werkzaamheden of bijzondere omstandigheden. Verweerder stelde dat er geen sprake was van objectief buitensporige werkomstandigheden en dat persoonlijke factoren mede oorzaak waren van de ziekte. Het advies van de commandant Bijzondere Medische Beoordelingen bevestigde dit.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende feiten had aangevoerd om aan te tonen dat haar ziekte hoofdzakelijk door haar werk werd veroorzaakt. De vermeende werkdruk en personeelsuitbreiding werden niet als buitensporig beschouwd. Daarom was de verlaging van haar bezoldiging conform artikel 17, eerste lid, van het Inkomstenbesluit militairen (IBM) terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 23 september 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van de bezoldiging naar 70% na een jaar ziekte.