Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Egyptische nationaliteit, werd op 10 december 2021 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Na een eerdere afwijzing van beroep tegen deze maatregel, stelde de Staatssecretaris op 7 januari 2022 de asielaanvraag buiten behandeling en wijzigde op 17 januari 2022 de grondslag van de bewaring naar artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.
Eiser voerde aan dat de omzetting van de grondslag één dag te laat was, waardoor hij onrechtmatig een dag zonder geldige basis in bewaring zou zijn geweest. Tevens stelde hij dat de overheid onvoldoende had onderzocht of een lichter middel dan bewaring volstond, onder meer vanwege zijn persoonlijke omstandigheden zoals een vriendin in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de omzetting binnen de redelijke termijn had plaatsgevonden en dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om feiten aan te dragen voor een lichter middel. Het enkele feit dat eiser een vriendin heeft, werd onvoldoende concreet ingebracht. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.