ECLI:NL:RBDHA:2022:9996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening mvv-aanvraag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel verblijf als familie- of gezinslid. Zij stelt ernstig bedreigd te worden door de Taliban in Afghanistan, wat een spoedeisend belang zou rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter erkent de ernstige situatie in Afghanistan en dat verzoekster persoonlijke vrees heeft. Echter, het spoedeisend belang voor de gevraagde voorziening ontbreekt omdat het verkrijgen van een mvv niet direct helpt bij haar wens om Afghanistan te ontvluchten; de mvv moet immers in het buitenland worden opgehaald.
De voorzieningenrechter overweegt verder dat het besluit van de Staatssecretaris niet evident onrechtmatig is, omdat verzoekster niet voldeed aan het paspoort- en middelenvereiste en er onduidelijkheid bestaat over de relatie met de referent. Zonder diepgaand onderzoek kan de voorzieningenrechter de bezwaargronden niet beoordelen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.P. Hameete en griffier R. Groeneveld, en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatigheid van het primaire besluit.