Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1]
[naam 2]
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bij besluiten van 19 mei 2023 verzoeken tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvragen zijn niet in behandeling genomen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummers NL23.15046 en NL23.15048), is een voorlopige voorziening niet langer nodig. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.