ECLI:NL:RBDHA:2023:10030
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker, een Turkse onderdaan, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. De aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd wegens het ontbreken van een voldoende onderbouwd ondernemingsplan. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er wel sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoeker zonder geldige verblijfsvergunning niet in Nederland mag verblijven en uitzetting mogelijk is. Echter, het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen omdat het ingediende ondernemingsplan niet is onderbouwd met de vereiste objectief verifieerbare stukken en een externe deskundige controle mist.
Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet over de vereiste stukken kan beschikken en ook geen aanleiding gegeven voor het houden van een hoorzitting. Daarnaast is het mvv-vereiste niet in strijd met artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol bij het Turks Associatieverdrag, omdat verweerder eerst heeft beoordeeld of verzoeker aan de voorwaarden voldoet.
Gelet hierop wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.