ECLI:NL:RBDHA:2023:10033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen inreisverbod na terugkeerbesluit wegens overschrijding vrije termijn
Eiser, een Indiase nationaliteit houdende persoon, verbleef op Schiphol in doorreis naar Suriname. Omdat hij de vrije termijn van artikel 3.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 met meer dan drie dagen had overschreden, legde verweerder op 22 januari 2023 een terugkeerbesluit op met een vertrektermijn van 28 dagen, samen met een voornemen tot het opleggen van een inreisverbod van twee jaar.
Eiser stelde op 14 februari 2023 beroep in tegen het terugkeerbesluit, maar richtte zijn beroepsgronden uitsluitend tegen het inreisverbod. Op 23 februari 2023 werd het inreisverbod definitief opgelegd. De rechtbank oordeelt dat het beroep prematuur is ingesteld omdat het definitieve inreisverbod nog niet bestond op het moment van het beroep en dat de beroepsgronden niet als schriftelijke zienswijze tegen het voornemen kunnen worden opgevat.
Verweerder had volgens het eigen beleid het horen van eiser achterwege mogen laten omdat eiser niet binnen de vertrektermijn een zienswijze had ingediend. De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is en wijst een proceskostenveroordeling af.
De uitspraak is gedaan door rechter M. van Nooijen en griffier M.J.J. Roks op 4 juli 2023 te Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur beroep en ontbreken van zienswijze.